Kwikporosimetrie

Kwikporosimetrie is een van de meest geschikte technieken om de poreuze structuur van vaste stoffen op een kwantitatieve manier te bepalen. De techniek levert zeer betrouwbare informatie over poriegrootte- en volumedistributie, deeltjesgroottedistributie, schijnbare dichtheid en specifiek oppervlak van de meeste vaste stoffen.

Kwikporosimetrie is gebaseerd op de meting van de hoeveelheid kwik, die in de porieen van een vaste stof kan worden gebracht bij verschillende drukken (kwikintrusie). De mate van drukopbouw is kritisch voor de analyse omdat altijd een bepaalde tijd nodig is om een evenwicht te bereiken tijdens het vullen van de porieen. Dit  laatste is afhankelijk van de poriediameter, de vorm en de complexiteit van het porie-netwerk. De Pascal kwikporosimeters maken gebruik van een speciaal meetprincipe ook wel bekend als “Pressurization by Automatic Speed-up and Continuous Adjustment Logic”. Bij deze methode start de drukopbouw langzaam maar zal bij afwezigheid van porieen de drukopbouw versnellen tot een maximum gedefinieerde snelheid. Zodra echter kwikintrusie plaatsvindt zal de drukopbouw vertragen echter ZONDER, dat de drukopbouw geheel tot stilstand komt.

Door bovenstaande meettechniek te gebruiken wordt een minimale analysetijd verkregen met een maximale nauwkeurigheid. De resolutie van de Pascal kwikporosimeters is met 2500 punten per analyse uniek in zijn soort.

De Pascal serie is onder te verdelen in de volgende instrumenten:

 

 De Pascal 140, die gebruikt als vulstation en analyses bij lagere drukken (0,01 tot 400 kPa). Tevens is het mogelijk met dit instrument een Ultramacropore-kit te gebruiken, die het mogelijk maakt om porieen tot 600 micron te meten.

De Pascal 240 en 440, die gebruikt wordt voor analyses bij hogere drukken (tot respectievelijk 200 MPa en 400 MPa).

 

 

 

Technische specificaties: 

 

 

 

 

 

Vorige pagina

Interesse?

Gerelateerde producten